Bij LabLand hebben we het vaak over onderbenutte ruimte, je vraagt je misschien af: ‘Wat is dat nu eigenlijk?’ In deze nieuwe rubriek sprokkelen we voor jou voorbeelden, inspiratie en praktische tips om hier meer inzicht in te krijgen. We gaan in gesprek met experten, ervaringsdeskundigen en enthousiastelingen over 3 concrete vragen:
– Wat betekent onderbenutte ruimte voor jou?
– Wat drijft jou om met onderbenutte ruimte aan de slag te gaan?
– Stel dat we onderbenutte ruimte echt volop activeren in de toekomst: hoe zou onze stad of buurt er dan uitzien?
De drie vragen aan: Ine Plovie
Voor dit eerste gesprek gingen we langs bij Ine die een onderbenut pand in Brugge omvormde tot experimenteerplek en zo invulling geeft aan begeleid wonen en een handelsruimte. Met een tas koffie in de hand ontving Ine ons voor een gesprek en rondleiding. “Dit pand stond voordien leeg en was in zeer slechte staat. De kleine schaal maakte de aankoop interessant.” Vertelt Ine. “Door zelf eigenaar te zijn, heb ik vrijheid om te experimenteren. Voor mij bood het een ultieme kans om in de wereld te zetten wat er al lang in mijn hoofd zat.”
Ine maakt met haar pand ruimte voor iets anders dan de traditionele invulling.
Ine neemt verschillende rollen op: sociale innovator, consultant voor lokale besturen en sinds kort uitbaatster van een experimenteerruimte. Kan je jouw rol in 1 woord samenvatten?
“Ik zou dat allesomvattend benoemen als ruimtemaker. Ik wil ruimte maken voor iets anders dan de traditionele invulling.” Zegt Ine. “Experimenteren met invullingen van ruimtes is wat we moeten doen. Dat je eerst uittest wat er werkt op een locatie en dan pas naar een definitieve invulling gaat. Voorheen was deze plek een klassieke handelsruimte maar dat werkte hier niet, er is te weinig passage en het ligt niet centraal in het toeristisch gebied.”
“Ik zie dit soort plekken meer als een ecosysteem. Andere plekken in de buurt zie ik niet als concurrentie. In mijn idee is het meer dat als iets op deze plek werkt, kan het misschien nog uitbreiden en groter worden in samenwerking met een andere plek. Dat is zo voor handelsplekken maar ook voor bepaalde woonvormen. Er blijft vraag genoeg naar.”
Wat gebeurt hier op deze plek?
“Op deze plek creëren we op de benedenverdieping ruimte om te experimenteren, samen te komen en eventueel later samen te werken met lokale handelaars en makers. Op de andere verdiepingen komen 2 studio’s voor begeleid wonen. Die studio’s verhuren we, zo is er financiële ruimte om op de benedenverdieping te experimenteren. De komende maanden proberen er hier enkele jongeren of cohousing iets voor hen is. De jongeren zitten op het autismespectrum en krijgen dus ondersteuning waar nodig. Het proces ernaartoe, met de zorginstellingen is ook al een experiment op zich waar deze plek ruimte voor maakt.”
“Ik bepaal niet vooraf wat er in de benedenverdieping komt. De mensen die in de studio’s wonen bepalen wat er gebeurt. Bijvoorbeeld voor het begeleid wonen is dit nu een overlegruimte voor de betrokken zorginstellingen. Ze gebruiken het en geven dan aan wat er nog mist, zo groeit dat geleidelijk.”
In de 2 studio’s wonen de komende periode jongeren die uittesten of cohousing iets voor hen is.
Een relevante uitdaging, begeleid wonen in combinatie met een multifunctionele benedenruimte. Wat is jouw persoonlijke drive?
“Als consultant ben ik altijd bezig met beleid, de oplossingen die je bedenkt staan mooi op papier maar we moeten ze nog in de praktijk brengen. Dat wil ik hier doen, echt werken aan die verschillende maatschappelijke uitdagingen. Dat gaat over eenzaamheid, over ruimte, samenleven enzovoort.” Zegt Ine.
“Daarnaast ben ik bezig met participatie, dat zijn vaak korte trajecten waarbij men eenmalig feedback kan geven op iets. Dat wringt soms, we hebben meer langdurige trajecten nodig. Dat soort trajecten heeft altijd een plek nodig. Een plek waar je kan samenkomen met mensen en kan ontmoeten. Als er veel mensen over de vloer komen, groeit participatie met de nodige ideeën spontaan.” Vertelt Ine. “Om dit te doen, hebben we een bepaalde infrastructuur nodig. Deze fysieke ruimte creëren kost geld. Je hebt ook mensen nodig die daar hun hart en ziel in steken om die plekken te laten werken. En daar botsen we nu op.”
De invulling van de benedenverdieping bepalen de bewoners, dat gebeurt op een participatieve manier.
“Met Brumourlab, een collectief van ruimtemakers, zetten we hier op in. We wisselen kennis uit over hordes waar we tegenaan lopen als we onderbenutte ruimte willen activeren. Die kennis delen we met anderen ter inspiratie om zo nog meer ruimte open te stellen.” Vertelt Ine. “In dat collectief zorg ik voor de coördinatie. Het is wikken en wegen tussen de vrijheid om te experimenteren en de structuur om anderen, zoals het beleid te overhalen.” Zegt ze. “Met Brumourlabs willen we inzetten op gedeeld tijdelijk ruimtegebruik. Gedeeld ruimtegebruik is de basis maar heeft veel bottlenecks. Bij zo een opzet moet je er telkens een beheerdersrol op zetten. Dat is eigenlijk wat de ruimtemakers doen. Door ons te organiseren, kunnen we tips uitwisselen over bijvoorbeeld samenwerkingsvormen, huursystemen, businessmodellen etc.” “Een tweede doelstelling is om het ruimere ecosysteem te betrekken van de stad en projectontwikkelaars. Hen tonen hoe je tijdelijke ruimte gebruikt en de deur daar meer openzetten voor experiment.” Zegt Ine. “Een derde doelstelling die we hebben is de circulaire gedachtegang verder verspreiden. Hoe je werkt met recupmaterialen en delen van zowel ruimtes als materialen.”
Jullie gaan dus samen met dat collectief aan de slag met onderbenutte ruimte om die in te zetten voor de buurt. Maar wat betekent dat nu precies voor jou? Onderbenutte ruimte?
“Sowieso als een plek leegstaat maar ook als je niet het volle potentieel van invullingen uit een pand haalt.” Vertelt Ine. “Door regelgeving en vanuit ondernemersperspectief wordt het ons aangepraat om te focussen op 1 type invulling of thema, het is de standaard denkwijze. Handelaars en vastgoedeigenaars moeten wat meer outside-the-box denken. Ik denk dat ruimte vaak onderbenut is in ons hoofd. Maar als we kijken naar gedeeld ruimtegebruik en slimme combinaties wordt het nog veel interessanter. Zeker vandaag de dag werkt het niet meer als je maar op 1 iets focust, zeker als je daarnaast aan community wil werken.”
Hoe ziet de toekomst eruit, als we dromen en onderbenutte ruimte meer geactiveerd is?
“In de buurt van de toekomst zie ik meer ontmoetingsruimte. Dat zijn plekken waar je iets kan kopen, delen of laten herstellen. We zetten dan in op meer sociale infrastructuur met lokale economie, lokaal ondernemerschap en cowerkplekken.” Zegt Ine. “Wat ik hier test, de handelruimte in combinatie met begeleid wonen, zou ik graag overbrengen naar dorpskernen.” Vertelt Ine. “Met de inzichten die ik hier verzamel zou ik dan anderen ondersteunen. Die toekomst zie ik wel zitten.”
Heb je vragen over deze aanpak? Contacteer:
LabLand : Saar@labland.be Ine Plovie : Ine@inesights.be